2a40b2ba862ceaae8afcdfeee3b62625.jpg
6e4e2bdbc53683eaf99cc75d9878c85b.jpg
adc7330c090a73c1e6f0fafac7791bb2.jpg
4937a58fc8ae9875965fef6d28320661.jpg
d22f6888d196719889626eec3de52390.jpg
Anti-pestbeleid

Anti-pestbeleid Griendencollege

‘Wij zien en kennen de leerling’ is het motto van het Griendencollege.

Als school vinden wij het erg belangrijk dat iedereen in ons gebouw zich veilig voelt. Het zien en kennen van elke leerling is daarom erg belangrijk. Elke leerling is in beeld, qua gedrag en emoties. We doen ons best een leerling zo goed mogelijk te kennen, zijn beperkingen maar zeker ook zijn mogelijkheden.

Het goed kennen van elkaar bevordert de veiligheid in school. We begrijpen elkaar daardoor beter en willen de ander ook de ruimte geven om te zijn wie hij of zij is.

Pesten is één van de dingen die er voor zorgen dat iemand zich niet veilig voelt. Als een leerling of collega zich niet veilig voelt dan heeft dat een groot effect op samenwerking en leer- en werkhouding.

Om pesten op onze school zoveel mogelijk te voorkomen is dit anti-pestbeleid opgesteld.

Het beleid beschrijft hoe te handelen in bepaalde situaties.

Hierbij maken we onderscheid in het voorkomen, signaleren en bestrijden van het pestgedrag.

Doel

  • Het creëren van een positief pedagogisch klimaat, waarbij sprake is van wederzijds respect in en om de school.
  • Het bieden van veiligheid aan leerlingen door het opstellen van duidelijke gedragsregels en het nemen van maatregelen bij het overtreden van die regels.
  • Het signaleren van pesten en het bestrijden ervan door middel van de vijfsporenaanpak zoals hierboven besproken

Voor wie?

Voor alle leerlingen en personeelsleden van de school die direct of indirect te maken krijgen met enige vorm van pesten. 

De anti- pestcoördinator

De anti-pest coördinator op het Griendencollege is mevr. L. Sterrenburg. Zij is verantwoordelijk voor het schrijven van beleid en het informeren van collega’s, ouders en leerlingen hierover.

Zij is tevens ondersteunend naar collega’s om aan te geven hoe de lijnen lopen of in het gebruik van materiaal.

 

Anti-pestbeleid

 

Voorkomen

Om een veilige leeromgeving te creëren voor alle leerlingen en pestgedrag te voorkomen, wordt er in de klas door de mentor aandacht besteed aan positieve groepsvorming. Dit bestaat onder andere uit het bespreken van de gedragscode en het nemen van maatregelen bij het overtreden van die regels. Ook  tekenen de leerlingen, mentor en ouders een respectcontract. Daarnaast bespreken de leerlingen met elkaar hun eigen klassenregels en leren ze bij wie ze moeten zijn als ze hulp nodig hebben op het gebied van pesten.

In de vakken Expressieve vorming, levensbeschouwing en maatschappijleer wordt gewerkt rondom thema’s betreft sociaal gedrag en regelgeving. Bij biologie/verzorging is er aandacht voor liefde, relaties en seksualiteit, hierbij ook aandacht voor discriminatie en acceptatie.

Burgerschap is een centraal thema in het VMBO-onderwijs

Met name in de onderbouw is er veel specifieke aandacht voor veiligheid in en om school zoals; voorlichtingen betreft negatief taalgebruik (Bond tegen het vloeken), veiligheid buiten op straat (Roadsense), gebruik social media (politie, thematische bijeenkomsten), omgaan met elkaar (themaweek).

 

Signaleren

Om het pesten te signaleren is elk personeelslid alert op mogelijk pestgedrag en indien het voorkomt, wordt er zo snel mogelijk ingegrepen en contact opgenomen met de mentor.

Als leerlingen een pestgeval signaleren, kunnen zij dat melden bij ouders, een vakdocent, de mentor of vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon of vakdocent zal in eerste instantie altijd terugverwijzen naar de mentor en ouders.

 

Bestrijden

Indien er sprake is van een pestgeval (alle vormen), dient dit zo snel mogelijk opgepakt te worden.

Hiervoor hanteren we de vijfsporenaanpak:

Deze aanpak gaat uit van vijf partijen die bij het bestrijden van pesten betrokken zijn:

  1. de slachtoffers
  2. de daders
  3. de zwijgende middengroep
  4. de school
  5. de ouders

Binnen deze aanpak speelt de mentor een cruciale rol. 

De mentor zal ten eerste gesprekken met het slachtoffer/de slachtoffers en de dader(s) voeren om het helder te krijgen wat het probleem is. Beiden mogen in dit gesprek uitspreken waar de moeilijkheden liggen en wat het gewenste gedrag is in de omgang met elkaar. Daarna zullen gedragsafspraken volgen. Indien nodig zullen ouders hierover worden ingelicht.

Hierop volgt enkele tijd later een vervolggesprek met beide partijen apart van elkaar. Als de afspraken uit het eerste gesprek goed gaan, dan is dit een afsluitend gesprek. Als dit niet zo is, dan volgt er een gesprek met de betrokken partijen (dader(s), slachtoffer(s), en de leerjaarcoördinator. De leerjaarcoördinator maakt met de leerlingen nieuwe afspraken en geeft aan welke straf er volgt als er niet aan gehouden wordt. Na dit gesprek wordt er contact opgenomen met ouders.

Ook wordt hier eventueel de zorgcoördinator ingezet om leerlingen verder te helpen op individueel vlak (bijvoorbeeld doorverwijzing naar schoolcoach, maatschappelijk werk, sova-training, TOPS (een programma waarbij aandacht is voor het functioneren binnen een groep), Zorg-adviesteam (ZAT)

Als het pesten in een groep betreft, dan speelt ook de mentor de eerste rol. Naar aanleiding van een individueel gesprek met een leerling houdt de mentor een klassengesprek. Er worden klassenafspraken gemaakt. Verder verloopt het als hierboven beschreven.

 

Anti-pestprogramma

Het antipestprogramma dat is opgenomen in het mentorboekje klas 1 komt van www.pestweb.nl

 

Anti-pesten t.b.v. personeel

Personeelsleden die te maken krijgen met pesten kunnen dit melden bij hun leidinggevende of directeur.

Ook hier zal met de betrokken partijen het gesprek aangegaan worden om te komen tot oplossingen en afspraken.

Indien nodig neemt de directie maatregelen.

Voor meer informatie over pesten op het werk verwijzen we hierbij naar de website van de vakbond, via deze link:

Antwoorden op vragen over pesten op het werk - FNV